Geschiedenis

 

 


Jan Turpin I (1926 - 1940)

Deze reus maakte in 1929 zijn eerste uitstap.
Bij het doopsel ontving hij de naam van Jan Turpin, ter herinnering
aan de Nieuwpoortse burgemeester, die tijdens het beleg van
Nieuwpoort in 1489 door de Fransen, de Nieuwpoortse vrouwen
ten strijde opriep om hun vermoeide mannen bij te staan.
De Nieuwpoortse “dametjes” weerden zich zo heldhaftig dat de
Fransen afdropen. De doop van Jan Turpin greep plaats op
Pinkstermaandag 1926, op het hoogste van de Hoogstraat,
bij de herberg “In Breidel en Deconinck”, bij Fonds Butstraen.
“Pette” was Pieto Weiss en “mette” was Nette Beschuyt.
Peter en meter werden nadien iedere nieuwjaarsdag bedankt
met een koekebrood, betaald uit de kas van de reuzengilde
(gesticht in 1923). De reus was ditmaal niet van de stad,
en bijna 100 jaar nadien is dit nog steeds het geval. De mannen van
de reuzengilde hebben altijd hardnekkig geweigerd “hun” reus
af te staan. Op 12 juni 1927 was Jan Turpin in de
Grote Folklorische Stoet ingericht door Rotary Club Brussel.
Het succes werd opnieuw enorm. De dagbladen betitelden hem
meteen tot “Reus Der Reuzen”.  Jan Turpin danste er voor de koning!
De Brusselaars gingen zowaar op de knieën zitten om te weten hoe de reus vooruitging: zij telden er 48 benen ! Alle draden van tram- en telefoonleidingen dienden weggenomen te worden om Jan Turpin door te laten, dit wegens zijn grote gestalte: meer dan 10 meter !
Jan Turpin belandde in 1935 opnieuw in Brussel ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling.
Hij reisde per ... Trein en danste er onder meer voor een delegatie van Amerikaanse afgevaardigden. Die verzochten de dragers te mogen zien. Ze waren verstomd zoveel mannen van onder de rok van de reus te zien kruipen. Jan Turpin bleef drie weken aan de ingang van de Wereldtentoonstelling. Vooral het koperen masker, geboetseerd door de Nieuwpoortse beeldhouwer L. Willaert maakte indruk.
De pruik was samengesteld uit zwarte paardenstaarten. De reus woog ongeveer 750 kg en werd gedragen door 24 mannen. Hij was 10,40m hoog. Met zijn reuzenhoed rukte hij in 1937 de telefoondraden van bakker Lust (Kokstraat) af. Hij was verzekerd tegen brand en voor de burgerlijke verantwoordelijkheid.
De dragers hadden dan nog afzonderlijk een persoonlijke verzekering.
In 1940 viel de reus ten prooi aan het vuur, na een oorlogsbombardement. De kop in koper, die op een andere plaats was ondergracht bleef gelukkig gespaard.
Naast Jan Turpin beschikte de reuzengilde in de periode 1927 - 1940 nog over een tweetal “kleine reusjes”, ieder reusje woog 30 kg en was 3 meter hoog. Men noemde ze “Steven” en “Griete”.

 

Jan Turpin II (1963 - heden)


Na het officieel beëindigen van de 2e wereldoorlog werd onmiddellijk begonnen met de bouw van een reus, die nadien plechtig werd opgebrand in de havengeul tijdens een nachtfeest op 15 augustus 1948. In 1947 was men ondertussen al begonnen met de bouw van de reuzen Goliath II en Griete. Deze huwden in 1948 en kregen in 1985 een dochter Rosalinde. Beide reuzen zijn nu nog “actief” in Nieuwpoort. In het herdenkingsjaar “Nieuwpoort 800” (Nieuwpoort had in 1163 zijn stadskeure bekomen) herrees Jan Turpin.
Zijn haren waren wit, niet door ouderdom: er waren onvoldoende zwarte paardenstaarten op dat ogenblik. Ondertussen heeft Jan Turpin zijn zwarte haren al terug. Het plechtig doopfeest had plaats op 1 september 1963.
Peter was dr. Zwaenepoel en mevr. Werther Pelgrim werd meter. In 1963 werd ook een nieuwe vlag voor de gilde vervaardigd, naar het model van de uit 1936, maar in de vlammen vernielde, daterende vlag. Volgende slogan staat er op geborduurd: “Herleve ‘t Reuzenras, Nieuwpoort ‘t worde wat het was!”

 

Goliath I

De allereerste stadsreus die in Nieuwpoort
rondwandelde was Goliath I. Hij was het eerste
zinnebeeld van de heldenmoed der
Nieuwpoortnaars tijdens het beleg van 1489.
(de voorganger van Jan Turpin I). Hij werd in
1876 “Goliath” genoemd, maar zou volgens
bepaalde onkosten in de stadsrekeningen,
zoals onkosten voor het dragen van de reus
door arbeiders (de reus was toen nog
stadseigendom) en levering van benodigdheden
voor allerlei herstellingen aan de reus, al zo’n 240 jaar als “De Reus” of als “ De Stadsreus” betiteld worden.
Ten jaren 1653 staat de reus al voor de eerste maal in de stadsrekeningen vermeld.
De reus was 7,75m hoog met een doorsnede van 3,5m.
Hij werd gedragen door 12 personen.
De reus zou in feite 3 pokken hebben gehad. 1 op de linkerkant van zijn kin, 1 op zijn rechterwang en 1 links op zijn neus. De uitdrukking van dit gezicht dat 3 puisten draagt, staat fors en krachtig. De reus werd vernield in de oorlog van 1914 - 1918.

Goliath II

Na de vernieling van “den echten Goliath” in 1914 - 1918 werd een nieuwe Goliath gebouwd.
Deze was iets kleiner dan Goliath I,
maar stond nog steeds voor de heldenmoed der Nieuwpoortnaars.
Deze moed en “cloeckheyt” wordt uitgedrukt in Goliath zijn kledij.
Zijn harnas en zwaard tonen de vechtlust voor de vrijheid van de Nieuwpoortenaren aan en de gesp van zijn gordel was versierd met het Nieuwpoorts wapenschild.
Op ieder merkwaardig feest, kermis en stoet was hij het mikpunt van eenieders aandacht.
Hij opende de stoet, voorafgegaan door de dansende en zingende Nieuwpoortse jeugd.
Hij plaatste een dansje voor de personen of op de plaatsen die enig betrek hebben met de feestuiting.
In de oorlog 1940 - 1945 raakten de delen van de reus verspreid en werden nooit teruggevonden.

Goliath III

Na het verlies van Goliath II werd na de oorlog 1940 - 1945 een nieuwe, en de huidige reus “Goliath III” gebouwd.
Deze werd op 15 augustus 1947 tot “Goliath III” gedoopt, samen met een nieuwe reuzin “Griete”. Op 5 september 1948 huwt hij met Griete.

Op 4 mei 1985, 37 jaar nadat Goliath en Griete in het huwelijksbootje stapten, wordt hun reuzendochter geboren, Rosalinde genaamd.

Ze werd die dag plechtig naar het stadhuis gedragen waar ze onmiddellijk in het bevolkingsregister werd ingeschreven.

 

Rosalinde werd origineel gemaakt als carnavalsreusje, door de jaren heen kreeg ze nog 2 maal een andere look.

Een tweede reuzenkind voor Goliath en Griete werd geboren op 1 juli 2000.
ditmaal werd het een zoon.
Hij kreeg de naam "Puuptje".

Als eerbetoon werd hij gemaakt naar het evenbeeld van Julien De Groote.

Julien De Groote was het enige nog actieve lid die in 1962 de bouw van de nieuwe reus Jan Turpijn II mogelijk maakte.

Op 4 juli 2002 kwam er opnieuw een lid in de reuzenfamilie bij: Heksenreus Jacqueline.

De reuzin werd genaamd naar de  Nieuwpoortse heks Jacqueline Puyt die op 20 juli 1627 werd verbrand als heks.
Zij was de dochter van Jan Puyt en Francyne Blocks.

Haar moeder werd op 15 maart 1603 ook reeds verbrand als heks.

 

 

De nieuwste reuzen in de reuzenfamilie sinds 2016 zijn Karel Cogge en Hendrik Geearert.
Zij zijn de "helden" van Nieuwpoort van tijdens de eerste wereldoorlog.
Karel Cogge bedacht het plan om de overlaat van de Noordvaart open te zetten 's nachts bij vloed zodat de volledige Sint-Joris polder onder water kwam te staan en de Duitse soldaten zich steeds verder moesten terugtrekken.
Hendrik Geeraert is de persoon die dat plan met succes heeft uitgevoerd. Hierdoor zijn de Duitse frontsoldaten ofwel verdronken ofwel zo ver moeten terugtrekken dat ze zich hebben over gegeven.